‘Wonen vraagt om continuïteit. We moeten een koers uitzetten die tien, twintig jaar meegaat’ 

De Nederlandse woningmarkt kampt met een structureel tekort dat inmiddels richting de 400.000 woningen gaat. Jongeren kunnen geen start maken, middeninkomens vallen tussen wal en schip en ook ouderen vinden steeds moeilijker een passende woning. Volgens Peter Boelhouwer, hoogleraar Housing Systems aan de TU Delft, raakt dit tekort de fundamenten van de samenleving. De kern van zijn boodschap: de wooncrisis vraagt om koersvast beleid, consistente samenwerking en het benutten van alle beschikbare middelen—van extra bouwlocaties tot beter databeheer. “Stop met het onmogelijke te beloven en begin te organiseren wat wel mogelijk is.” 

Nieuwe initiatieven: wonen en zorg verbinden 

Eén nieuw initiatief om dat laatste dichterbij te brengen is de oprichting van een kenniscentrum op het snijvlak van wonen en zorg. Samen met onder anderen Peter Prak, Gert-Jan Segers en de Groningse hoogleraar Gezondheidswetenschappen Erik Buskens werkt Boelhouwer aan een kennis- en netwerkorganisatie die antwoorden wil bieden op de vergrijzingsgolf en de veranderende zorgvraag. “We hebben inmiddels steun van twee ministeries en we willen er nadrukkelijk ook corporaties en marktpartijen bij betrekken”, legt hij uit. “Het centrum moet niet alleen analyseren, maar vooral ook praktisch toepasbare oplossingen ontwikkelen.” 

Daarnaast blijft Boelhouwer betrokken bij het Expertisecentrum Woningwaarde, begeleidt hij promovendi en is hij een veelgevraagd spreker. Zijn rol in de media is onverminderd groot. “Journalisten bellen vrijwel dagelijks”, zegt hij. “Soms denk ik: bel eens iemand anders, maar eerlijk gezegd vind ik het ook mooi om telkens weer de kans te krijgen om ingewikkelde kwesties helder uit te leggen.” 

Dat vermogen om complexe systemen te vertalen naar begrijpelijke taal heeft hij door de jaren heen aangescherpt in zijn onderwijs. “Hoe dieper je in de materie zit, hoe eenvoudiger je het kunt vertellen. Studenten dwingen je tot helderheid; dat is een vaardigheid die later in de media goed van pas komt.” 

Het structurele tekort 

Centraal in Boelhouwers analyse staat het structurele woningtekort. “We lopen ruwweg 400.000 woningen achter”, stelt hij. “Sinds 2015 groeit het aantal huishoudens veel harder dan verwacht, terwijl de bouwproductie te laag is gebleven. Dan krijg je een tekort dat doorwerkt in alles: koopprijzen, wachtlijsten in de sociale sector en jongeren die hun leven niet kunnen starten.” 

Het probleem raakt volgens hem drie groepen extra hard. “Jongeren hebben het het zwaarst, want zij komen de markt gewoon niet op. Middeninkomens vallen tussen wal en schip: sociale huur is vaak afgesloten, koop te duur en de private huur wordt afgebouwd. En ook ouderen die willen verhuizen, vinden nauwelijks iets geschikts. Het raakt de fundamenten van onze samenleving.” 

“Investeerders, corporaties en gemeenten moeten kunnen vertrouwen op een stabiel beleid.” 

Van analyse naar aanbeveling 

Boelhouwer beperkt zich niet tot het signaleren van problemen. Onlangs publiceerde hij samen met enkele collega’s een manifest met tien uitgangspunten voor goed woonbeleid en 26 aanbevelingen voor het nieuwe kabinet om de bouwproductie te verhogen. “Het idee is om eindelijk af te rekenen met dat zigzagbeleid”, zegt hij. “Wonen vraagt om continuïteit. We moeten een koers uitzetten die tien, twintig jaar meegaat.” 

De aanbevelingen zijn breed: vergroot de plancapaciteit tot 1,8 miljoen woningen, geef corporaties meer ruimte door fiscale lasten te verlichten, stimuleer de middenhuur en benut de bestaande voorraad beter. Ook pleiten de auteurs voor actiever grondbeleid door gemeenten. “Dat voorkomt speculatie en zorgt dat publieke waarde ten goede komt aan de samenleving.” 

Maar boven alles draait het volgens Boelhouwer om voorspelbaarheid. “Investeerders, corporaties, gemeenten —ze moeten kunnen vertrouwen op een stabiel beleid. Als je om de paar jaar de spelregels verandert, haakt iedereen af. Dat is misschien wel ons grootste probleem.” 

Duurzaamheid en verborgen risico’s 

Verduurzaming ziet Boelhouwer als een dubbele opgave. “Corporaties hebben flinke stappen gezet, maar in de koop- en private huurmarkt blijft het achter”, legt hij uit. “Vooral de woningen met een F- of G-label zijn een probleem. Daar helpt een warmtepomp niet; eerst moet de schil worden aangepakt.” 

Hij wijst op een nauwelijks besproken maar groot risico: funderingsschade in vooroorlogse woningen, vooral in veenweidegebieden. “Dat gaat om tienduizenden huizen. Niemand praat er graag over, want je ziet het niet en het kost gigantisch veel. Maar als we niets doen, verliezen die woningen op termijn hun waarde en veiligheid.” 

Data en professionalisering 

Een rode draad in veel uitvoeringsproblemen is de datahuishouding van corporaties. Volgens Boelhouwer zijn er corporaties die niet eens exact weten welke kavels zij bezitten, die jaarlijks honderden miljoenen uitgeven aan onderhoud zonder effecten te meten, en die geen duidelijk beeld hebben van de technische staat van hun bezit. 

“Als je niet weet wat je bezit waard is, of welke ingrepen effect hebben, kun je onmogelijk rationeel sturen”, stelt hij. “Standaardisatie, classificatie en outcome-metingen zijn noodzakelijk. Pas dan kunnen AI en simulatie echt waarde toevoegen, bijvoorbeeld bij keuzes rond transformatie of portfolio-optimalisatie. Externe adviesbureaus kunnen daarbij helpen, maar de kerncapaciteit moet in de organisatie zelf worden opgebouwd.” 

“Langetermijnbeleid kan alleen geloofwaardig zijn wanneer het rust op degelijke informatie.” 

Data als fundament voor beter beleid 

Een ander thema dat steeds belangrijker wordt in de woningsector is het gebruik van data. Zonder betrouwbare informatie over de staat van het vastgoed, de kosten van onderhoud en de waarde van bezit is het onmogelijk om effectief beleid te voeren. In de praktijk blijkt die basis vaak wankel. “Sommige corporaties hebben onvoldoende overzicht of geven enorme bedragen uit zonder te weten wat het oplevert”, zegt Boelhouwer. “Er wordt wel gerapporteerd, maar er wordt zelden systematisch gemeten of ingrepen werkelijk effect hebben.” 

Dat leidt tot problemen op meerdere niveaus: organisaties weten onvoldoende welke complexen kansrijk zijn voor verkoop of herontwikkeling, hoeveel middelen er echt beschikbaar zijn voor nieuwbouw, of hoe de portefeuille zich toekomstbestendig laat sturen. Vooruitgang vraagt daarom om betere standaardisatie van data en een eenduidige manier van meten en rapporteren. Pas dan kunnen digitale tools en kunstmatige intelligentie zinvol worden ingezet voor scenario’s rond doorstroming, woningsplitsing of verduurzaming. 

Daarmee raakt de datavraag direct aan Boelhouwers bredere punt over stabiliteit. “Langetermijnbeleid kan alleen geloofwaardig zijn wanneer het rust op degelijke informatie,” benadrukt hij. “Als corporaties en gemeenten niet precies weten wat hun bezit waard is, of welke maatregelen effect hebben, worden beleidsdoelen vrijblijvend en onrealistisch. Goede data is dus niet slechts een hulpmiddel voor operationele keuzes, maar vormt het fundament onder de consistentie en continuïteit die zo hard nodig zijn in het woonbeleid.” 

“Je moet doelen stellen die haalbaar zijn en rekening houden met stikstof, infrastructuur en bestuurlijke capaciteit. Anders is het alleen maar wensdenken.” 

De toekomst van corporaties 

Zullen corporaties over tien jaar nog steeds de spil vormen van de sociale huursector? Boelhouwer denkt van wel, al zal de druk toenemen. “We hebben een van de grootste sociale huursectoren ter wereld”, zegt hij. “Dat is een enorme kracht, maar ook een kwetsbaarheid. De marges staan onder druk en de verwachtingen blijven stijgen. Als exploitatie structureel negatief wordt, moeten corporaties op de rem trappen. Dan vallen bouwplannen stil.” 

Hij ziet wel kansen. “In steden als Wenen en Zürich spelen corporaties ook een rol in de middenhuur. Dat kan hier ook, maar het vraagt om duidelijke keuzes. Wat in Groningen kan, is in Amsterdam onbetaalbaar. We moeten realistisch blijven.” 

Samen realistisch organiseren 

Zijn slotboodschap is even scherp als eenvoudig: “Stop met het onmogelijke te beloven en begin te organiseren wat wel mogelijk is. Als we dat doen, en de schouders er samen onder zetten, kunnen we veel bereiken. De woningcrisis is groot, maar niet onoplosbaar.” 

Telkens komt Boelhouwer terug op hetzelfde punt: realistisch beleid en samenwerking. “Stabiliteit en continuïteit zijn onmisbaar”, zegt hij. “Je moet doelen stellen die haalbaar zijn en rekening houden met stikstof, infrastructuur en bestuurlijke capaciteit. Anders is het alleen maar wensdenken.” 

Manifest voor een stabiel woonbeleid 

In het manifest ‘Aanpakken van het woningtekort in de nieuwe kabinetsperiode: recept en ingrediënten voor langjarig succes’ (juli 2025) pleiten Peter Boelhouwer, Jan Rouwendal, Desiree Uitzetter en Friso de Zeeuw voor een structurele oplossing van de woningnood in Nederland. Het tekort bedraagt ruim 400.000 woningen, en de bouwproductie blijft achter bij de doelstelling van 100.000 per jaar. De auteurs formuleren tien langetermijnprincipes op basis waarvan ze oproepen tot een anticyclische, consistente aanpak met focus op versnelling, kostenreductie en betere benutting van bestaande voorraad. Dit zonder grote extra rijksuitgaven, behalve €1 miljard per jaar voor infrastructuur. Het manifest biedt 26 praktische aanbevelingen, gegroepeerd in een aantal thema’s, om zigzagbeleid te voorkomen en samenwerking te bevorderen. 

26 concrete aanbevelingen 

De aanbevelingen zijn direct inzetbaar en kunnen snel worden uitgevoerd: 

  • Rolopvatting en -invulling Rijksoverheid: vervolg woondeals en Woontop-afspraken met monitors voor knelpunten en escalatieregels; versterk de coördinerende rol van de minister van VRO voor uniforme rijksbijdragen. 
  • Programmering en uitvoering van plannen en locaties: wijs in de Nota Ruimte grootschalige locaties aan voor 1,8 miljoen woningen tot 2040 (met 30% reserve); ontwikkel gebieden integraal en verkort processen tot 5 jaar; verschuif binnenstedelijk-uitleg van 70-30 naar 30-70 met focus op Bandstad; programmeer regionaal op doorstroom; vereenvoudig rijksregels tot 30% sociale huur en minstens 1/3 vrije sector. 
  • Wet- en regelgeving en koppeling aan voorwaardelijke thema’s: implementeer STOER-advies volledig met 150 voorstellen voor versnelling en kostenreductie, inclusief aanpak stikstof en waterkader; vereenvoudig procedures voor optoppen, splitsen en kleine transformaties. 
  • Investeringen, financierbaarheid, haalbaarheid en uitvoerbaarheid: voorkom speculatie via actief grondbeleid en pas macro-aftopping aan op gebruikswaarde; gebruik €390 miljoen grondfaciliteit voor risicodragende exploitaties; faseer hypotheekrenteaftrek uit over 15 jaar en herbestem €9 miljard aan besparingen; allocateer €1-1,5 miljard per jaar voor onrendabele toppen; voeg €1,5 miljard toe voor woninggerelateerde infrastructuur en OV; pak stikstofreductie aan met extra budget; bundel rijksbudgetten voor efficiency; maak huur aantrekkelijk voor investeerders via Duits model en lager overdrachtsbelasting (6%); breid Nationaal Fonds Betaalbare Koopwoningen uit tot €1 miljard over 10 jaar; steun regionale Bouwstroom, seniorencomplexen en coöperaties. 

Het manifest waarschuwt voor valkuilen zoals onrealistische doelen en benadrukt voorspelbaarheid: “Investeerders, corporaties en gemeenten moeten kunnen vertrouwen op een stabiel beleid.” Het volledige document staat op monitor-koopwoningmarkt.nl. 

Peter Boelhouwer, hoogleraar Housing Systems aan de TU Delft en gastblogger op Bryder.
Een monteur die voor niets rijdt, installaties die onnodig worden vervangen… Het lijken incidenten, maar vormen samen een

Slim beheer begint met inzicht De gesprekken in het nieuwe magazine raken verschillende thema’s, maar lopen inhoudelijk opvallend

Delft, 25 juni 2026 – Bryder lanceert het nieuwe magazine De nieuwe vastgoedregie. Daarin delen zes bestuurders, toezichthouders en experts

“Wie toekomstbestendig wil verduurzamen, moet beginnen bij betrouwbare vastgoeddata.” Duurzaamheid is voor woningcorporaties geen losstaand thema meer en

Het probleem is zelden de meting, maar bijna altijd de definitie en de data Een gebouw van 10.000

Een vervolg op het artikel “Waarom datagedreven vastgoedbeheer strandt in de bestuurskamer”. Woningcorporaties investeren fors in digitalisering. Dataplatformen,

Solliciteren