‘Een Digital Twin is geen 3D-plaatje, maar een onderbouwde bron van waarheid’

Jaco van Dieren over vastgoeddata, NEN 2580, WWS en de stap van compliance naar sturingsinformatie

Woningcorporaties en vastgoedbeheerders beschikken over enorme hoeveelheden vastgoeddata. Over woningen, oppervlaktes, plattegronden, installaties, bergingen, energielabels, onderhoudsobjecten en huurwaardering. Volgens Jaco van Dieren, Product Owner bij Bryder, zit in die hoeveelheid ook precies de uitdaging. De data is er vaak wel, maar is versnipperd, lastig te herleiden of gebaseerd op verschillende bronnen. “Het kan best zijn dat gegevens op orde lijken”, zegt Van Dieren. “Maar weten organisaties ook waar die gegevens vandaan komen? Kun je aantonen op welke bron een oppervlakte, berekening of plattegrond gebaseerd is? Dat wordt steeds belangrijker.” Digital Twins moet een betrouwbare, herleidbare en bruikbare basis leveren voor vastgoeddata.

Met Digital Twins wil Bryder meer bieden dan een handige visuele weergave van vastgoed. Van Dieren houdt zich al jaren bezig met de technische inhoud achter digitale vastgoedmodellen: hoe 3D-modellen worden opgebouwd, hoe automatische plattegronden ontstaan en hoe berekeningen voor NEN 2580 en WWS uit dezelfde bron kunnen worden gegenereerd.

Zijn blik is technisch, maar zijn boodschap is vooral praktisch. “Uiteindelijk gaat het om grip. Waar staat iets? Hoe ziet het eruit? Waar komt een gegeven vandaan? En kun je erop vertrouwen als je beslissingen neemt?”

Als een huurder belt met een klacht wil je kunnen zien waar iemand woont, op welke verdieping het appartement ligt en welke ruimte of berging erbij hoort.”

Vastgoeddata die je kunt uitleggen

Volgens Van Dieren begint de waarde van een Digital Twin bij iets heel eenvoudigs: inzicht. Woningcorporaties en vastgoedbeheerders beheren grote aantallen woningen en gebouwen. Niet iedereen kent elk complex, elke verdieping of elke berging uit het hoofd. Tegelijkertijd worden specialisten schaarser en verwachten medewerkers dat informatie snel en visueel beschikbaar is. “Als een huurder belt met een klacht, wil je kunnen zien waar iemand woont, op welke verdieping het appartement ligt en welke ruimte of berging erbij hoort. Dat klinkt basaal, maar in de praktijk is die informatie lang niet altijd direct beschikbaar.”

Daarbij gaat het niet alleen om gebruiksgemak. De Digital Twin vormt ook een geometrisch betrouwbare onderbouwing voor vastgoedgegevens. Denk aan oppervlaktes voor onderhoud, WWS-punten of NEN 2580-rapportages. “Als ergens staat dat een gevel dertig vierkante meter is, wil je weten waarop dat gebaseerd is. Komt het uit een bouwtekening? Uit een opname op locatie? Uit een ouder model? Die onderbouwing wordt steeds belangrijker.”

Die herleidbaarheid is relevant voor verantwoording, maar ook voor de dagelijkse operatie. Bij onderhoud maakt het uit of een organisatie rekent met de juiste aantallen vierkante meters gevel, kozijn of schilderwerk. “Als je vijftig vierkante meter gevel te veel in je onderhoudssysteem hebt staan, betaal je mogelijk ook voor onderhoud dat er feitelijk niet is. Met een goede onderbouwing kun je scherper sturen op kosten, offertes en afspraken met onderhoudspartijen.”

Geen nieuwbouwmodel, maar een beheermodel

Een belangrijk misverstand in de markt is volgens Van Dieren dat een Digital Twin voor beheer hetzelfde zou zijn als een traditioneel BIM-model uit de nieuwbouw. Dat is niet zo. Een BIM-model is vaak ontwikkeld vanuit de bouwfase. Het moet gedetailleerd zijn, faalkosten beperken en bouwinformatie vastleggen. “In zo’n model moet bij wijze van spreken elk spijkertje erin zitten,” zegt Van Dieren. “Dat is logisch tijdens de bouw, maar voor de beheerfase is 99 van de 100 keer een groot deel van die informatie niet relevant.”

In de beheerfase is de behoefte anders. Woningcorporaties en vastgoedbeheerders willen snel kunnen zien waar welke ruimte zit, hoe groot een appartement is, welke ruimtes toegankelijk zijn, welke berging bij welke woning hoort en welk geveldeel bij welke eigenaar, ruimte of VvE hoort. Daarom kijkt Bryder vanuit een ander vertrekpunt. Niet het gebouw als technisch bouwobject staat centraal, maar de ruimte. “Wij bekijken het model vanuit ruimteperspectief. Een ruimte bevat een muur, een vloer en een plafond of dak. Bij de grens van die ruimte stopt de ene muur en begint de volgende.”

Die benadering maakt het mogelijk om automatisch verbanden te leggen die voor beheer relevant zijn. Voor onderhoud is het belangrijk te weten welk bouwdeel bij welke woning, ruimte of eigenaar hoort. “Een 3D-beheermodel is echt iets anders dan een nieuwbouwmodel,” zegt Van Dieren. “Dat besef zie je in de markt steeds sterker ontstaan.”

Een Digital Twin biedt één bron van waaruit NEN 2580-berekeningen, WWS-berekeningen en verhuurplattegronden worden gemaakt.

Eén bron, meerdere toepassingen

De kern van Bryders benadering is dat één Digital Twin als bron dient voor meerdere toepassingen. Vanuit dezelfde bron kunnen NEN 2580-berekeningen, WWS-berekeningen en verhuurplattegronden worden gemaakt. Dat is een wezenlijk verschil met de oude situatie waarin berekeningen vaak los van elkaar werden opgesteld. “Je ziet in de praktijk dat ergens een NEN 2580-berekening staat, dat een WWS-berekening op een andere bron is gebaseerd en dat een plattegrond weer door iemand anders is gemaakt. Dan weet je eigenlijk niet meer of je nog over dezelfde werkelijkheid praat.”

Wanneer gegevens niet met elkaar overeenkomen, ontstaat discussie over wat waar is. Een Digital Twin kan dat doorbreken door één bron van waarheid te bieden. Niet als statisch eindproduct, maar als beheermodel dat kan worden aangepast wanneer de werkelijkheid verandert. Van Dieren geeft een eenvoudig voorbeeld. Als een muur tussen twee slaapkamers verdwijnt, moet dat niet leiden tot een volledig nieuw traject met losse tekeningen, nieuwe berekeningen en handmatige updates. “Wij proberen het zo laagdrempelig te maken dat een gebruiker een basale mutatie zelf kan doorvoeren. Dan ontstaat direct een nieuwe plattegrond, een nieuwe NEN-berekening en een nieuwe WWS-berekening.”

Dat is volgens hem belangrijk voor het eigenaarschap van data. “Het geeft corporaties veel meer het gevoel: ik ben in charge van mijn data en ik begrijp wat er gebeurt.”

Van verplichting naar meerwaarde

Voor veel organisaties lag de eerste aanleiding om met digitale modellen en berekeningen aan de slag te gaan in verplichtingen. Rapportages moesten op orde komen, NEN 2580-informatie moest beschikbaar zijn en later kwamen daar WWS-vraagstukken bij. “Dat was voor veel organisaties aanvankelijk een moetje,” zegt Van Dieren. “Maar eigenlijk wil je niet dat een product alleen wordt gebruikt omdat het moet. Je wilt dat mensen de meerwaarde ervaren.”

Die meerwaarde ontstaat zodra de Digital Twin niet alleen wordt gezien als middel om aan verplichtingen te voldoen, maar als platform voor vastgoeddata. In eerste instantie ging het om oppervlaktes, berekeningen en verhuurplattegronden. Maar vanuit dezelfde bron kunnen steeds meer toepassingen worden ontwikkeld. Zo kunnen automatisch verschillende typen plattegronden worden gemaakt: van een individuele woning, een verdieping, een complex of een huisnummeroverzicht. Dat laatste klinkt eenvoudig, maar is in de praktijk waardevol. “Je kunt dan in één oogopslag zien welk adres waar zit in een gebouw. Of welke berging hoort bij het appartement op de tiende verdieping. Dat soort informatie is vaak helemaal niet zo vanzelfsprekend.” Volgens Van Dieren laat juist dat zien waar de Digital Twin om draait. “Waar zitten mijn dingen? Dat klinkt simpel, maar het is precies de vraag die veel organisaties nog niet altijd goed kunnen beantwoorden.”

“Je kunt in één oogopslag zien welk adres waar zit in een gebouw. Of welke berging hoort bij het appartement op de tiende verdieping. Dat soort informatie is vaak helemaal niet zo vanzelfsprekend.”

Waarom standaardisatie cruciaal is

Om data echt bruikbaar te maken, is standaardisatie cruciaal. Woningcorporaties en vastgoedbeheerders hebben historisch vaak hun eigen definities, namen en werkwijzen ontwikkeld. De ene organisatie noemt een ruimte berging, de andere opslag. Soms bestaan zelfs binnen één organisatie verschillende benamingen voor vergelijkbare ruimtes. “Dat lijkt onschuldig, maar voor goed datamanagement is het funest,” zegt Van Dieren. “Een woonkamer is een woonkamer. Een keuken is een keuken. Als je gestructureerde data hebt, kun je er ook gestructureerde analyses en toepassingen op loslaten.”

In het begin riep die standaardisatie soms weerstand op. Gebruikers wilden hun eigen benamingen behouden. Maar naarmate er meer rapportages en toepassingen uit de data voortkomen, groeit het begrip. Zeker nu AI en datagedreven werken nadrukkelijker op de agenda komen, wordt gestructureerde data belangrijker. “AI is geen wondermiddel,” zegt Van Dieren. “Als de data niet klopt of niet eenduidig is, heb je er weinig aan. Ook voor AI is gestructureerde data van levensbelang.”

Ook sectorbreed groeit de behoefte aan uniforme informatiemodellen en uitwisselbare data. Woningcorporaties en vastgoedbeheerders willen gegevens kunnen delen met onderhoudspartijen, adviseurs, leveranciers en interne systemen. Dat kan alleen goed als begrippen, velden en definities eenduidig zijn. “Als je ketelinformatie uitwisselt, moet iedereen weten in welk veld die informatie hoort. Dat klinkt technisch, maar het is de basis voor samenwerking.”

“Als je gestructureerde data hebt, kun je er ook gestructureerde analyses en toepassingen op loslaten. Ook voor AI is gestructureerde data van levensbelang.”

NEN 2580 en WWS in een digitale werkelijkheid

Een thema waar Van Dieren nauw bij betrokken is, is NEN 2580. Hij zit in een commissie die kijkt hoe de norm verbeterd en verduidelijkt kan worden. Volgens hem is de huidige manier van werken nog sterk gebaseerd op meten, tekenen en vastleggen. Maar in een wereld waarin grote delen van het bezit al digitaal zijn gemodelleerd, verandert het proces. “Dan hoef je niet elke keer opnieuw een tekening te maken,” zegt hij. “Er is al een model. De vraag wordt dan: klopt dat model nog? Wat moet je controleren? En waar moet je aanpassen?”

Daarmee verschuift het werk van opnieuw meten naar valideren en beheren. De Digital Twin wordt geen eenmalig meetproduct, maar een onderbouwd model dat actueel gehouden kan worden. Ook WWS maakt onderbouwing belangrijker. Door veranderende wetgeving en de toegenomen aandacht voor huurprijsregulering moeten corporaties kunnen laten zien hoe WWS-punten tot stand komen. Oppervlaktes, voorzieningen, buitenruimtes en andere kenmerken moeten kloppen en uitlegbaar zijn. “Je wilt kunnen laten zien waar een oppervlakte vandaan komt, maar ook of een voorziening er echt is,” zegt Van Dieren. “Denk aan een hangend of staand toilet. Dan gaat het dus niet alleen om geometrie, maar ook om foto’s en opnamegegevens.”

Wanneer WWS-berekeningen uit dezelfde Digital Twin komen als NEN 2580-berekeningen en plattegronden, ontstaat meer consistentie. Verschillen tussen systemen worden zichtbaar en bespreekbaar. Dat kan confronterend zijn, maar juist daarin zit de waarde. “Dan kun je de data die je in je systeem hebt staan langs de meetlat leggen. Waar komen verschillen vandaan? Welke bron vertrouw je? En hoe zorg je dat de juiste informatie leidend wordt?”

“De vraag is steeds: wat wil je echt in 3D beheren en wat wil je als data aan een ruimte of bouwdeel koppelen? Een model moet niet onnodig ingewikkeld worden.”

De Digital Twin als kapstok

Een belangrijke nuance in Van Dierens visie is dat niet alle informatie letterlijk in het 3D-model getekend hoeft te worden. De Digital Twin moet geen model worden waarin elk detail geometrisch wordt vastgelegd. Dat zou het beheer te complex en te kostbaar maken. “De vraag is steeds: wat wil je echt in 3D beheren en wat wil je als data aan een ruimte of bouwdeel koppelen? Een model moet niet onnodig ingewikkeld worden.”

Dat geldt bijvoorbeeld voor materiaalinformatie of onderhoudsdata. Je hoeft niet elk materiaal geometrisch te modelleren. Het kan efficiënter zijn om vast te leggen dat een bepaald bouwdeel een bepaald materiaaltype heeft. Als een gevel later wordt vervangen, pas je de gekoppelde data aan. Die manier van denken maakt toekomstige toepassingen mogelijk. Denk aan onderhoudsplanning, verduurzaming, materiaalregistratie en op termijn predictive maintenance. Als bekend is waar glas, kozijnen, gevels, daken en installaties zich bevinden, kan aanvullende data daaraan worden gekoppeld. “De Digital Twin fungeert dan als kapstok,” zegt Van Dieren. “Je hangt steeds meer relevante informatie aan een betrouwbare basis.”

“Je wilt één betrouwbare basis voor berekeningen, plattegronden, inzichten en toepassingen. Dan gebruik je een Digital Twin omdat je er echt grip door krijgt.”

Van vastgoeddata naar sturingsinformatie

Op dit moment ligt het zwaartepunt van Digital Twins vooral bij de vastgoedafdeling. Daar ligt de verantwoordelijkheid voor plattegronden, berekeningen en onderhoudsinformatie. Maar Van Dieren ziet dat steeds meer andere gebruikersgroepen geïnteresseerd raken.

Servicemedewerkers willen snel kunnen zien waar een woning ligt, welke berging erbij hoort of wanneer er onderhoud is uitgevoerd. Verhuurmedewerkers hebben actuele plattegronden nodig. Onderhoudsteams willen weten welke bouwdelen bij welke woningen of eigenaren horen. Bestuurders hebben behoefte aan betrouwbare data voor portefeuillesturing, verduurzaming en investeringsbeslissingen.

Volgens Van Dieren staat die bestuurlijke waarde nog niet altijd scherp genoeg op de agenda. Terwijl de potentie groot is. Goede vastgoeddata helpt bij vragen over huurprijzen, onderhoudskosten, bezit, verduurzaming, leefbaarheid en ontwikkelruimte. “We hebben voorbeelden gezien waarin nog onderhoud werd gepleegd aan appartementen die al verkocht waren,” zegt hij. “Dat is natuurlijk treurig, maar het laat ook zien hoeveel waarde er zit in beter inzicht.”

Voor woningcorporaties en vastgoedbeheerders die nog twijfelen, is zijn boodschap helder: begin bij de basis. Niet bij AI, predictive maintenance of de meest geavanceerde toepassingen, maar bij betrouwbare, gestructureerde en herleidbare data. “Als je data niet klopt, kun je er geen goede beslissingen op baseren. En als je niet weet waar data vandaan komt, kun je haar ook moeilijk verantwoorden.”

De Digital Twin is daarmee geen doel op zich. Het is een manier om vastgoed begrijpelijk, controleerbaar en bestuurbaar te maken. Niet als zwaar technisch model dat alleen specialisten begrijpen, maar als praktische bron van waarheid voor de organisatie. “Uiteindelijk wil je dat organisaties niet elke keer opnieuw hoeven te beginnen,” zegt Van Dieren. “Je wilt één betrouwbare basis waaruit je berekeningen, plattegronden, inzichten en toekomstige toepassingen kunt halen. Dan gebruik je een Digital Twin niet omdat het moet, maar omdat je er echt grip door krijgt.”

Jaco van Dieren is Product Owner bij Bryder en inhoudelijk specialist op het gebied van 3D-modellen, Digital Twins en digitale vastgoeddata. Binnen Bryder houdt hij zich bezig met de technische doorontwikkeling van Digital Twin-functionaliteit voor woningcorporaties en vastgoedbeheerders. Zijn expertise ligt onder meer bij de manier waarop vastgoedmodellen worden opgebouwd, beheerd en gebruikt voor automatische berekeningen en plattegronden. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om NEN 2580-berekeningen, WWS-berekeningen en verhuurplattegronden. Ook is hij betrokken bij een commissie die kijkt hoe de NEN 2580-norm beter kan aansluiten op de digitale praktijk van vastgoedbeheer. Zijn werk bevindt zich op het snijvlak van techniek, vastgoeddata en praktische toepasbaarheid: hoe maak je digitale modellen niet alleen correct, maar ook bruikbaar, uitlegbaar en beheersbaar voor organisaties die vastgoed professioneel beheren? Zijn expertise ligt onder meer bij de manier waarop vastgoedmodellen worden opgebouwd, beheerd en gebruikt voor automatische berekeningen en plattegronden. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om NEN 2580-berekeningen, WWS-berekeningen en verhuurplattegronden. Ook is hij betrokken bij een commissie die kijkt hoe de NEN 2580-norm beter kan aansluiten op de digitale praktijk van vastgoedbeheer. Zijn werk bevindt zich op het snijvlak van techniek, vastgoeddata en praktische toepasbaarheid: hoe maak je digitale modellen niet alleen correct, maar ook bruikbaar, uitlegbaar en beheersbaar voor organisaties die vastgoed professioneel beheren?

De vastgoedsector heeft de afgelopen jaren grote stappen gezet in digitalisering. BIM‑modellen, teken‑standaarden en aspect-modellen hebben hun waarde

Door samen met elkaar naar dezelfde data te kijken en deze makkelijk toegankelijk te maken, ontstaat overzicht en

In veel vastgoedorganisaties wordt onderhoud nog steeds uitgevoerd volgens een model dat in de basis reactief is. Dat

Van brandjes blussen naar vooruit kijken De lift valt uit. De cv-ketel begeeft het midden in de winter.

Duurzaamheid is voor vastgoedbezitters al jaren een belangrijk thema. Nieuw is dat duurzaamheid niet langer alleen een ambitie

Woningcorporaties en commercieel vastgoedbeheerders staan voor grote maatschappelijke opgaven: verduurzaming, betaalbaarheid, beschikbaarheid en leefbaarheid. Steeds vaker wordt verwacht

Solliciteren